Utrecht – Nijmegen via Duitsland

Het was weer niet makkelijk, beste lezer. De coronacrisis is ook bij Team Ligfiets aangekomen, en dat maakte het plannen voor een echte vakantie van twee weken vrij lastig, danwel onmogelijk. Gelukkig heeft niemand van ons corona opgelopen, dus dat is weer een voordeel, maar de beperkende maatregelen dreunden dusdanig door dat wij dit jaar moesten improviseren.

Dus werd het plan opgevat om dan maar dicht bij huis te blijven vanwege alle onzekerheid. Vincent en Sabec bedankten voor een afgeslankte versie, en schuiven hopelijk volgend jaar weer aan, als we weer ‘voor ‘t echie’ gaan fietsen (mits het dan weer allemaal mogelijk is natuurlijk).
Erik en ondergetekende zijn aan de slag gegaan om een route te verzinnen die voor ons uniek is, en dat is – zoals de trouwe lezer al weet – best wel lastig met zoveel gefietste kilometers in eigen land. Zuid-Holland was al helemaal platgereden, dus werd er gespeeld met het idee om ergens de trein heen te pakken en vanaf daar te gaan rijden, naar een ander treinstation ergens in het land.

Na het nodige gepuzzel kwamen we uit op Utrecht – Nijmegen, met een omweg via Drenthe en Duitsland. Geen rondje, maar een hoefijzer. Tuurlijk, we kruisen dan wel een paar reeds gefietste paden, maar we doen niks dubbel, en daar gaat het om. Verder stuitten we tijdens ons Google Maps-speurtochtje op een paar erg leuke attracties, die met deze korte rit best wel eens aangedaan konden worden. De route werd steeds leuker op papier, maar het moest natuurlijk ook wel gefietst gaan worden. Dus, laten we het daar maar snel over gaan hebben.

Goed, het begon dus op een zonnige zaterdagmiddag in Utrecht. We begonnen met de Lunch of Champions: een Big King XXL menuutje bij de Burger King op ‘t station. Zo konden we fris en fruitig aan de tocht door de Domstad beginnen, waarna we (via een lokale shop) snel doorfietsten naar De Bilt en Bilthoven. Het werd al snel een stuk groener toen we richting Lage Vuursche fietsten. Daar was onze eerste attractie te vinden: Kasteel Drakensteyn. Niet dat we daar heel veel van mee hebben gekregen, want zoveel boeit dat kasteel ons eigenlijk niet. ‘Zie je dat daar tussen de bomen? Dat is het kasteel.’ ‘Mooi man, laten we weer verder fietsen.’
Het ging ons dan ook meer om het fietsen door de bossen. Nederland heeft prachtige fietspaden in de mooiste natuurgebieden liggen, en dat rijdt heerlijk – zeker omdat het grootste deel in de schaduw ligt.
Zo kwamen we uit bij een boerderijcamping vlakbij Putten, waar we ons eerste kamp opsloegen – en ons eerste drankje openden. Vergezeld van een groep kippen en geiten was dat nog best gezellig!

De volgende dag stond in het teken van de Veluwe. We hadden dit gebied al eens van noord naar zuid gereden (LFV ’17) maar nu gingen we van west naar oost – van Ermelo naar Hattem. En ook dit was weer de moeite meer dan waard; mooie bossen, pittoresk verstopte dorpjes en veel, heel veel schaduw. Na dit avontuur begonnen onze maagjes toch wel behoorlijk te knorren, dus schoven we in Hattem aan op een terras waar een goedlachse jongedame ons voorzag van een overheerlijke uitsmijter. Hier konden we wel weer een aantal kilometertjes op fietsen, wat ons uiteindelijk bij Giethoorn – onze volgende attractie – bracht.
We hoopten dat het normaal zo overtoeristische Giethoorn dit jaar wel een beetje rustiger zou zijn vanwege de coronacrisis, maar die hoop bleek ijdel; het was er áfgeladen! Dus het laatste stuk naar de camping, die midden in het dorp lag, moesten we te voet afleggen. We probeerden het nog te fietsen – het blijft per slot van rekening een fietsvakantie, nietwaar? – maar we werden al snel staande gehouden door een norse handhaafster die ons streng wees op het verbodsbord een paar meter eerder (die wij toevallig nét over het hoofd hadden gezien). Dat werd dus lopen.
De camping (d’Hof) was prachtig; gelegen aan de rand van het dorp keek het uit over het oostelijk gelegen meer. Een schilderachtig plekje voor onze tentjes, en natuurlijk kon een lekker rumcolaatje dan ook niet ontbreken om de dag af te sluiten.

Daarna was Drenthe aan de beurt. Via Nijeveen – even langs bij Nazca Ligfietsen voor een bakkie, maar ze waren niet thuis – doorkruisten we het typische landschap vol hunebedden en radiotelescopen. Even lunchen bij een hunebed D54, fotootje maken bij de telescoop van Dwingeloo (fun fact: dit was ooit de grootste radiotelescoop ter wereld) en via het Planetenpad door Westerbork heen. Ook hier waren weer genoeg bossen om van te genieten en beschaduwd doorheen te peddelen. Dat bracht ons uiteindelijk in Nieuw-Weerdinge, een godvergeten dorpje aan de rand van de wereld. Geen klap te beleven natuurlijk, met uitzondering van de lokale pizzeria, waar ze een heuse Kapsalon serveerden! Genietend van de van oorsprong Rotterdamse delicatesse kregen we de lokale roddels mee van een stel druk kwetterende bakvisjes naast ons op het terras. Nou, er gebeurt toch nog best veel daar in Nieuw-Weerdinge!
We hebben er maar meteen een rustdagje achteraan geplakt.

Toen was Duitsland aan de beurt. De hele regio die aan oost-Nederland grenst was voor ons eigenlijk altijd een witte vlek op de kaart geweest, want wat is daar nou helemaal te doen? Lijkt het niet gewoon precies op Drenthe en Overijssel, maar dan met schnitzel en witbier? We zouden er snel achter komen.

De eerste attractie diende zich al snel aan: een verlaten testbaan van magneettreinen in Lathen. Toevallig wist ik wat af van de treurige geschiedenis van het Duitse magneettrein-project, en het was dan ook een feest – en tegelijk ook een beetje pijnlijk – om de verbleekte, roestige restanten van deze wonderbaarlijke treinen in het echt te zien. Goed, snel een paar fotootjes maken en weer door. Dwars door het natuurreservaat Tinner und Staverner Dose en langs schattige plaatsjes als Klein Berßen en Haselünne kwamen we uiteindelijk uit bij de camping Blue Lake, waar we ons konden laven aan een heuse cordon bleu-schnitzel! En dan schonken ze ook nog eens een prima Weisen… Het hoeft denk ik niet vermeld te worden hoe goed dat ons smaakte na zo’n lange dag fietsen.

Het was dan weer jammer dat dit restaurantje de volgende ochtend gesloten was. We hadden er graag nog wat gegeten, maar het mocht dus niet zo zijn. Dan maar een klef broodje en instant koffie halen bij het tankstation van Lünne, en door naar het zuiden. Nog even een goed bakkie gedaan op een terrasje in Rheine, en via Wettringen en Metelen – beide vrij poepige dorpjes – weer door een paar heerlijke natuurgebieden gereden. In deze regio zijn blijkbaar een aantal oude spoorlijnen geasfalteerd en omgetoverd tot fietspaden. En dat rijdt heerlijk! Lange rechte stukken, dwars door afgelegen stukken bos, geen lastige klimmetjes… Zo zien we ze graag!
We kwamen uit op een camping vlakbij Gesher. Het is een van die campings waarvan je weet dat er eigenlijk best veel gare mensen wonen, maar daar lieten we ons natuurlijk niet door afschrikken. Zolang wij ons tentje maar ergens kwijt konden en onszelf konden bedienen van een lekker drankje en wat exotisch te roken. En dat lukte.
We hebben weer prima geslapen.

De volgende dag was het weer ploeteren. We hadden namelijk wederom, net als de dag ervoor, een ferme wind tegen. Het zal weer ‘s niet. Maar goed, wij hebben ligfietsen, dus dat hielp nog enigszins. Lekker knallen langs dorpjes als Borken en Bocholt richting Emmerik, bakkie bij de Mac, en zo weer Nederland in. En hoe kun je beter in je eigen kikkerlandje ontvangen worden dan met een regenbui? Juist. Dat betekende dus schuilen bij de snackbar van Lobith (bekend van waar de Rijn Nederland in stroomt), en tussen de buien door ons tentje opzetten bij de nabijgelegen camping De Boschhof. Daar konden we gelukkig schuilen in een houten hutje en tussen de buien door ons tentje opzetten. Maar het verliep niet geheel vlekkeloos; toen de campingdame een praatje kwam maken, wilde ze dat wij voor de overnachting betaalden. Tuurlijk mevrouw, geen probleem. Pinnen? Nee, dat kan niet. OK, dan hebben we wel €50 voor u. Nee, ook geen wisselgeld? Nog steeds geen probleem! We hebben wel gepast geld in de tent liggen, dus als de regen voorbij is, dan pakken we dat toch even? Oh, dát is teveel gevraagd? Geërgerd droop mevrouw af, ons beschuldigend dat wij haar door de regen hadden laten lopen (lolwut?). Vreemde dame… Gelukkig was er een lokale shoarmaboer die onze avond redde; de beste man bezorgde een overheerlijke Kapsalon en nog een pizzaatje toe, zo op de camping.

Het laatste ritje diende zich de volgende ochtend aan. Met een donkere hemel boven ons trokken we door het Gelderse landschap, de laatste paar kilometers tegemoet. Pas in Nijmegen, nét voor het station, barstte er een bui los. We waren gelukkig al op het stationsplein, dus we schoten snel naar binnen. Nog even snel een lekkere snack voor in de trein gehaald, en hop, weer naar huis.

Conclusie? Het was wel even wennen om alles dicht te moeten plannen – het op de bonnefooi fietsen is toch leuker – maar het mocht de uiteindelijke pret zeker niet drukken. We hebben een hoop gezien en meegemaakt, een hoop lieve mensen ontmoet, en de drankjes smaakten weer als vanouds! Het was echt een weekje lekker bijkomen van alle chaos in de wereld, en dat was wel even nodig.

One response to “Utrecht – Nijmegen via Duitsland”

  1. Fietsbennie says:

    Leuk verhaal om te lezen, en Noord Oost Nederland, grensgebied is prachtig mooi als je het maar weet te waarderen. Ik rij er ook vaak rond op de ligfiets. Ik heb trouwens nog een foto gemaakt in Lahten voor het ongeluk, zie mijn site bij Sparta. Succes en altijd welkom in Twente! hartelijke groet

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *