Eifel

Wederom een 5-daags ligfietsvakantietje met de Hemelvaart. Even eropuit. Maar waar is Team Ligfiets nou nog niet geweest? hoor ik u denken. Waar zouden we nu nog heen kunnen gaan waar we nog niet hebben gefietst? Toegegeven, het wordt steeds lastiger om in deze contreien nieuwe grond te verkennen, maar gelukkig kwam het uiteindelijk toch nog goed.

In onze contreien – Zuid-Holland, Zeeland, Utrecht – is alles al goeddeels platgereden, dus speelden we met het idee om eerst de trein te pakken en vanaf een station ergens bij de grens te gaan fietsen. Dat verruimde onze mogelijkheden aanzienlijk, en al snel keken we verleidelijk naar onze oosterburen. Misschien vanaf Emmen een rondje? Of vanaf Enschede? Nee, allemaal te vlak voor ons. We wilden heuvels. Schreeuwend en vloekend naar boven ploeteren om daarna met een veel te hoge snelheid weer naar beneden te zoeven. Grandioze uitzichten op diepe dalen met van die schattige kasteeltjes ernaast. En wat wilde het toeval? Er was dus nog zo’n gebied waar we nog niet waren geweest en wat vanaf een Nederlands treinstation is aan te fietsen. 

De Eifel.

Het weerbericht voorspelde weinig goeds, en de NS had besloten om ‘s dinsdags – onze geplande vertrekdag – het werk neer te leggen. Geen goed begin dus. We besloten maar op woensdagochtend te vertrekken en de weergoden een dikke vinger toe te steken. En dat bleek een goed idee te zijn geweest; de treinen deden wat ze moesten doen, en het weer ook, dus dat viel alles mee. Goed, het was dan niet zonnig, en we deelden de fietscoupé met een naar uitwerpselen riekende meneer, maar dat mocht de voorpret nog steeds niet drukken.

De route begon ook als vanouds: vanuit Maastricht fietsten we de welbekende kade af richting Luik. We keken nog wel goed uit bij de extreme verkeersdrempel waar Vincent vorig jaar nog een ‘Dukes-of-Hazzardje’ uithaalde, en besloten bij aankomst in het verguisde Luik toch maar te doen wat Google Maps ons de vorige keer ook al probeerde te vertellen; de oostelijke kade pakken. Daar bleek dus een prachtig fietspad te liggen wat ons kwiek en uiterst relaxed naar de andere kant van de stad bracht. Goed. Weten we dat ook weer.

Het volgende stuk was ook meteen mooi. We volgden de Vesder langs prachtige dorpjes als Chaudfontaine, Limburg en Eupen, waar wij op een pittoreske camping konden neerstrijken. Misschien nog wel het mooiste aan deze camping was de koelkast vol met Belgisch en Duits bier. En, niet te vergeten, een pizzakoerier om de hoek. U begrijpt wel dat wij hier een prima avondje hebben beleefd.

De volgende dag begon het echte klimwerk. Die pizza en biertjes waren een goede bodem, maar we moesten natuurlijk meer eten om die hoogtemeters in de ogen te kunnen kijken. Stokbroodje, croissantje, extra ligaatje toe en op naar het Vesderstuwmeer. Kiekje gemaakt en snel weer door, want de klim naar de waterscheiding was nog niet klaar. Die lag een ruime tien kilometer verderop, bij de Duitse grens. Een klim van nog eens een krappe 300 meter, tot een hoogte van 623 meter boven NAP. Maar, daarna was het bergafwaarts. Met een rotgang sjeesden we het Duitse Monschau binnen en parkeerden ergens in het poepige stadscentrum voor een welverdiende lunch – een Röstischoteltje. Vanaf hier zou het alleen maar heuveltje af zijn, omdat we de Roer zouden volgen. Nou wisten wij ook wel dat dit niet waar was – het is zelfs nooit waar – maar het was wel een prettige gedachte om meer omlaag dan omhoog te gaan.

We kwamen al snel uit bij het stuwmeer Rurtalsperre, het deel van de Eifel waar wij doorheen zouden gaan. Mooi gebied, prima fietspaden (vlak langs het meer – heel fijn) en een goede schnitzel geserveerd. Vanaf daar weer door naar beneden, naar Heimbach, waar onze volgende camping wachtte. En ja, ook daar was weer een lekker biertje die de volgende welverdiende nachtrust alleen maar zou bespoedigen.

De derde rit was vreemd genoeg weer flink klimmen. Onze Duitse vrienden hebben niet overal langs de Roer een mooi fietspad liggen, dus we waren hier en daar genoodzaakt om de omliggende heuvels over te steken. En die klimmetjes waren behoorlijk pittig, want het kwik was intussen ook weer ruim boven de 25 graden uitgestegen. Gelukkig konden we het zweet weer lekker van ons af laten waaien tijdens de afdalingen, en dat waren er genoeg. Langzaamaan vlakte het land weer wat af; na Kreuzau begon het weer een beetje op Nederland te lijken. En dat betekende dus flink kilometers maken. Via Düren, Jülich en Erkelenz schoten we over glad asfalt naar het dorpje Brüggen, waar we ons tentje op konden zetten op een veldje naast een meer (lees: schamele modderpoel). Het veldje werd gedeeld met een stel veganistische wandelaars, een Duiste familie met rare kinderen en een viertal vakantiefietsers – Team Zitfiets dus. Eindelijk ontmoetten wij ze ‘s in ‘t echt! Het was wel een vreemd gezelschap; één meneer die wel ervaring had (hij gooide meteen z’n fiets neer, zette z’n stoeltje op en trok een biertje open – zoals het hoort dus) en drie anderen, die onwennig hun tentje en overige spullen probeerden uit te dokteren. Het was een genot om naar te kijken vanuit ons eigen stoeltje.

Goed, het weekend was aangebroken, en de temperatuur begon weer subtropisch te worden. We besloten daarom een rustdagje in te lassen – we zaten per slot van rekening maar 25 kilometer van Venlo vandaan – en het pittoreske Brüggen eens te verkennen. Eerst een verlaten fabriek bezocht, en na dit korte urbex-avontuur en aansluitende dorpswandeling weer drank gehaald. Want ja, wat is een ligfietsvakantie nu zonder drank? (Even een kleine voetnoot: je mag hier dus gewoon met je biertje over straat lopen. Wat een land!) Het was ook prima toeven op de camping met die biertjes. Behalve rond de schemering – want dan werden de muggen vervelend, maar toen verkeerden we al in een dusdanige staat dat het ons ook niet al te veel meer boeide. Drinken blijkt dus ook nog eens erg nuttig te zijn.

‘s Zondags bestond de laatste rit voor een groot deel uit de treinreis, maar voordat we in Venlo raakten, waren we toch nog verkeerd gereden. U weet dat Google Maps soms heel vreemde routes voorstelt, en dat was hier weer het geval; onze route werd versperd door een kilometers lang hek, midden in het bos. Dat betekende dus een paar kilometer omfietsen over onverharde paadjes, dwars door een bosgebied. Maar, toen we eenmaal weer het goede pad hadden gevonden, waren we ook in een zucht en een scheet in Nederland.

De trein bracht ons snel weer in Rotterdam, en na ergens op de Nieuwe Binnenweg een hamburgertje te hebben genuttigd, konden we lekker uitrollen richting huis. Wel met een fiks windje tegen, want het moest natuurlijk niet al te makkelijk eindigen. Gelukkig konden we voor de verandering deze keer wel over een ongeopende Spijkenisserbrug rijden.

Het was een klein ritje, absoluut, maar al met al zeker de moeite waard. De noordelijke Ardennen en de Eifel zijn prachtige gebieden, en de omgeving ten noorden ervan is ook een mooie verrassing geweest. De biertjes waren heerlijk, de campings pittoresk. Het was een weekend die de kern van de ligfietsvakantie wist te vatten. En dat is altijd fijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *