Rondje Ardennen

Voulez vous team Vélo Couché avec moi ce soir? Ja dames en heren, het is weer zo ver: Team Ligfiets ging op vakantie in 2018. Het plan: een ronde door Nederland, België, Frankrijk en Luxemburg.

Remko:
Het was vanaf het begin al raak. We waren nog amper Spijkenisse uit en we kwamen een andere ligfietser tegen. Een Erik met een (elektrische) groene Nazca Fuego. Toeval? De beste man had een aantal leuke verhalen, en kende toevallig een viertal jongens die waren ligfietsen door Australië. Werkelijk? Wij ook. Schijnen toffe gasten te zijn. Houdoe hè?
Goed, wij weer snel verder, want er was na weken van droogte weer regen op komst. Planden we weer goed. De beloofde bui trof ons al bij Hellevoetsluis, en de zuidwesterwind die daarna opstak wachtte ons daarna op. De tegenwind en het bijkomende zandstralen zouden die dag de boeken ingaan als de Beproevingen van de Brouwersdam; wat hebben wij lopen bikkelen! Ook de andere dammen en bruggen van de Zeelandse Deltawerken waren een behoorlijke uitdaging voor Team Ligfiets, maar we lieten ons niet uit het veld slaan. Getergd en vermoeid kwamen we dan eindelijk aan bij het veer naar Breskens, om er daar achter te komen dat-ie net was vertrokken – en de volgende pas over een uur zou gaan. Maar toen we eindelijk op konden stappen, en de boot ons naar Zeeuws-Vlaanderen voer, dachten we dat het allemaal wel goed zou komen.
En toen brak Sebas’ zadel. Met de fiere zwaai waarmee hij zijn fiets wilde klaarzetten om weg te fietsen, scheurde hij blijkbaar het carbon van zijn zadel doormidden…

Vincent:
Sabec trok wat wit weg en gaf aan dat het vast mee zou vallen. We konden er nu toch niets aan doen, dus dan maar door naar de camping in Boerenhol. Daar liepen wij zowaar tegen een “nee” aan op de vraag of wij er een nachtje konden staan. Goed, dan niet; dan maar door naar het nog dubieuzer genaamde “Platte Putje”. Na het opzetten van de tenten konden we het moment niet langer uitstellen; er moest een blik geworpen worden op Sabec’s zadel. De nachtmerrie werd bewaarheid: het zadel was recht doormidden gescheurd en hing nog maar ternauwernood aan elkaar. Het einde van LFV ’18 leek nu al in zicht voor de Machine van de Mandolinestraat. Wat nu? Gelukkig kent u allen het motto van Team Ligfiets: “Ook in het ergste geval komt het goed”. Kok had nog een reservezadel, maar dat lag in de garage bij zijn huis. Alleen waren zijn familieleden die een sleutel hadden niet in de buurt van Nederland. Gelukkig was er een buurman met toegang die na enig heen en weer ge-app het zadel te pakken had gekregen. Nu moest dit zadel alleen nog wel bij ons komen. Hoe gingen we dit in hemelsnaam voor elkaar krijgen? Onze reddende engel (en eerste ere-lid van Team Ligfiets voor deze vakantie) was daar in de vorm van Erik (motherflippin’) Burger! De held! Met een simpele “als jullie dat zadel niet krijgen, is jullie vakantie verziekt” klom deze jongeman voor dag en dauw achter het stuur en reed de 2 uur durende rit naar onze camping om bijna direct daarna weer huiswaarts te keren. Onze dank is onbeschrijfelijk en Erik steeg met stip in zowel de meest favoriete Erik (sorry Kok), als de meest favoriete Burger (sorry Remko) lijst.
Na een korte sleutelsessie was de blauwe bolide van Sabec was weer zo goed als nieuw. Even langs Sluis voor het eerste (maar zeker niet het laatste) stokbroodje en België in op weg naar Westvleteren.

Remko:
De weergoden waren nog niet klaar met ons, dat was duidelijk. Er stond nog altijd een ferme tegenwind, en deze werd richting Brugge nog bijgestaan door een flauwe miezerregen. Gelukkig konden we ondanks deze tegenslagen toch nog flinke kilometers maken door langs lange, rechte kanalen te blijven fietsen. Via Zedelgem en Ichtegem kwamen we uiteindelijk aan bij Diksmuide, waar wij ons konden storten op een welverdiende uitsmijter. Dat gaf net dat beetje energie om die laatste natte kilometers naar Westvleteren beet te pakken. Daar lag onze eerste attractie te wachten: de Sint-Sixtus abdij, waar volgens de kenners het beste bier ter wereld wordt gebrouwen. Dat was wel een rustdag waard. Nadat we onze spullen op een mooie afgelegen camping hadden geparkeerd, onze buikjes hadden gevuld in het nabijgelegen restaurant en terug op de camping konden aftoppen met heerlijke Jupilertjes (die wij overigens op een gegeven moment zelf mochten pakken uit de koelkast achter de bar, als we het maar noteerden) konden we van een welverdiende nachtrust genieten.
Goed, wij dus de volgende dag naar de abdij, waar het naastgelegen terras In de Vrede de befaamde biertjes op de tap had. Ik kan u vertellen dat er niet veel meer gebeurde dan zitten en drinken, maar oh man, wat waren wij gelukkig. Vergezeld van een enkele croque-monsieur, een lading foute grappen en nog foutere gespreksonderwerpen brachten we lachend en drinkend de zonnige dag door. En ja, het bier is echt zo lekker als de verhalen u willen laten geloven.
De moed zat er goed in, en met een frisse energie fietsten wij Frankrijk in. Dwars door Lille (of Rijsel – wie zal het zeggen?) richting het natuurpark Scarpe-Escaut, en van daar af verder richting het volgende natuurpark l’Avesnois. Het was een prachtige route langs pittoreske dorpjes en oude vestingstadjes, over glooiende heuvels en door schaduwrijke bossen – die ons de zo gewenste verkoeling gaf van het steeds heter wordende zonnetje. Ik had voor het grootste deel blind vertrouwd op de Google Maps-route, en waar dat rare programma ons soms nog wel eens een paardenpad of een ander onverhard paadje opstuurde, was het over het algemeen een mooie route zonder kopzorgen. Daar kwam natuurlijk verandering in toen wij vlakbij onze bestemming Domaine de Blagny kwamen; wij werden zonder pardon een privéterrein opgestuurd. Nu was dat terrein niet echt goed afgesloten (lees: een enkele slagboom waar wij zonder veel moeite met onze ligfietsen onderdoor pasten) en het was een kaarsrechte weg naar de camping, dus ja, wat doe je dan? Wij dus lekker over dat privéweggetje knallen, procentje heuveltje af, niet al te vervelend grindweggetje. Dat ging perfect, tot wij een behoorlijke barricade tegenkwamen.

Vincent:
Daar stonden we dan, op enkele meters van de camping maar wel bij een hek dat omsloten werd door twee betonblokken en twee omgehaalde bomen… Het duurde niet lang of Remko vond een weg om het hek heen, en niet veel langer of Erik vond er een weg doorheen (wat nou hek!). Spanning, sensatie, brandnetels en natuurlijk overwinning.
Het was ondertussen al augustus en nu zouden we beginnen aan onze laatste volle fietsdag in Frankrijk. De hitte (33 °C!), het afzien, maar ook de bizarre grens van 25.000 vakantiekilometers voor Erik en Remko. Sabec probeerde het moment nog wat luister bij te geven door in de foto’s te blijven fietsen (in het kader grapje moet kunnen). Hij voelde uiteindelijk aan dat de grap lang genoeg geduurd had met het bericht: “Ik kan dit heel lang volhouden”, waarna hij direct omviel en de Kok-Burger combinatie lachend voorbij toerde op weg naar een monumentale prestatie.
Uiteindelijk kwamen we aan in Douzy op een camping gelegen aan een mooi meertje (zonder blauwalg). Een goede plek voor een rustdag waarin de temperaturen opliepen tot boven de 34 °C. Het deed ons besluiten om het “Team Ligfiets Hitteplan” in werking te stellen. Dat betekende dus om 5:30 op en om 6:30 in het zadel…. De opoffering was het waard, want de temperatuur was een stuk gunstiger vroeg in de ochtend. De bestemming was Luxemburg, met een tussenstop bij het klooster van Orval. Het klooster waar geen toerist in mocht (wisten wij niet), dus het hekje dat niet zo heel erg op slot zat werd snel door Remko geopend en daar stonden we. Rust en schoonheid, hier en daar een gast op retraite en een verdwaalde pater. Erg mooi en een prima opsteker om de dag verder aan te pakken.
We zoefden verder en merkten al snel dat we in Luxemburg zaten. Over onze eigen rijbaan (voor bussen en fietsers) glooiden we naar de Nederlandse enclave in Mamer (waar we natuurlijk door Google weer vlak voor aankomst over een bijna verticale zandweg werden gestuurd, maar enfin). Het campingrestaurant schonk Bofferding per pul en dat samen met de wifi zorgde dat voor een prima klimaat om ons aller Feyenoord 1 te zien strijden voor de Johan Cruyff schaal tegen PSV. Het werd een miraculeuze avond waar we ons niet super veel meer van herinneren.

Remko:
Ja, dat was me ’t avondje wel. Vincent was dusdanig beschonken dat hij zijn slaapplek buiten de tent had gezocht, dus dan weet u het wel. De volgende ochtend was dus best zwaar, maar de plicht riep. Wij dus bij het ochtendgloren richting Luxemburg-stad, om vanaf daar noordwaarts te trekken richting Ettelbruck. Onze hoofdjes klaarden na een nodige kop koffie weer op en we fietsten vol nieuwe moed de rivier Sauer langs. Daar ontdekten we hoe mooi Luxemburg was; kastelen op bergachtige heuvels, omgeven door prachtige bossen en glooiende valleien. En ondanks hier en daar een klein pittig klimmetje, viel het alleszins mee. Tot Esch-sur-Sûre. Want daar begon een klim die wij niet snel zouden vergeten; een dikke 14% die meer dan twee kilometer in de bloedhitte bedwongen moest worden. Hijgend en puffend ploegden we van schaduw naar schaduw, om uiteindelijk na een vlak stuk weer verrast te worden door het volgende klimmetje. We kwamen uiteindelijk doodmoe en gebroken aan op de camping van Liefrange, waar ons gelukkig weer een warm Nederlands onthaal wachtte – inclusief een ijskoud biertje en een verrukkelijke hamburger. Het was een welverdiend avondje na zo’n heftige, maar prachtige fietsdag.

Vincent:
We dachten na over een rustdag, maar gezamenlijk werd besloten toch maar door te rijden om het laatste heuvelachtige stuk te kunnen overwinnen (de Hel van Houffalize). Daar gingen we weer voor dag en dauw, hop de pedalen in. Klein smikkeltje in Bastenaken om uiteindelijk richting Luik te rijden. Ik vond het allemaal wel erg makkelijk gaan dus besloot ik om mijn bidons (Joe en Joe Bidon) achter te laten…. Man man man, wat heb ik staan schelden toen ik erachter kwam na een flinke afdaling. Gelukkig heeft onze mens-geworden-kameel Sabec altijd meer dan voldoende water bij zich en konden we deze dag nog overleven. Het was warm, het was zweterig, maar we moesten en zouden ook vandaag weer de camping halen na een slordige 90 km fietsen. Het zal u niet verbazen dat ook deze camping onder Nederlands management stond. Comblain-au-Pont was ook de eerste keer in het buitenland dat we te horen kregen dat we mogelijk niet terecht konden. Maar, na enig aandringen bleek er toch plek. We waren moe en plakkerig en stonden daar zonder eten of drinken. Kok en ik waren maar begonnen onze schoenen weer aan te trekken om naar de plaatselijke Spar te fietsen toen daar de stem van een reddende engel klonk: “de Spar is hartstikke duur joh! Er is een Lidl hier 10 min vandaan met de auto, moet je anders de mijne even lenen?” Zo’n aanbod slaan wij niet af, ook al kwamen wij er onderweg achter dat we de beste man zijn naam helemaal niet wisten. Stadje in, hapjes, drankjes, nieuwe bidonnetjes en een presentje voor onze onbekende weldoener. Bij terugkomst kregen we te horen dat het tweede erelid van Team Ligfiets Marcel heet. De man, de legende. Marcel is fervent motorrijder en weet dus als geen ander hoe zwaar een tocht op tweewielers zonder ondersteuning is. De opvolgende dagen voorzag hij ons van gemakken als warme koffie en ijskoud water – alles wat een vermoeide ligfietser nodig heeft.
Dit moest gevierd worden en vieren deden we. De drank vloeide rijkelijk en werd veelvuldig gedeeld met de kleurrijke figuren van de camping. Remko moest helaas wat vroeger tentwaarts vertrekken na het twijfelachtige besluit om een flink stuk van de fles bourbon te adten. Toen onze drank op was, sloten we aan bij Maarten en zijn gezin om nog lang naast een kampvuur te drinken, zingen en praten met de rustdag erna in ons achterhoofd.

Remko:
Ja, die avond heb ik moeten missen, maar dat is misschien wel een heel klein beetje mijn eigen schuld. Had ik mij niet moeten laten opnaaien om een restant whisky in één teug achterover te slaan, nietwaar? Al goed, die rustdag kwam mij dus ook heel goed uit. We trokken ’s ochtends maar naar het naastgelegen riviertje om onze roes daar rustig uit te zitten onder het genot van een stokbroodje, een sapje en een goed boek. Later kwam er nog een schaakspelletje langs en werd het Oudhollandse Dammenbouwen gebezigd. Alles natuurlijk wel op een half tempo, want het was bloedverziekend heet, zelfs in de schaduw.
Maar dat kon natuurlijk niet al te lang blijven duren; die warmte van de afgelopen dagen moest beantwoord worden door een stevige onweersbui, en die kregen wij midden in de nacht op ons dak. Het feest werd aangekondigd met een klap die de hele camping gewekt moest hebben, gevolgd door een onverbiddelijke Moessonregen. Dat was natuurlijk niet goed voor de haringen en de scheerlijnen, dus Vin en ik haastten ons naar buiten om in de zeikregen de boel weer enigszins recht te trekken. Terwijl Vincent de voortent van de buurvrouw redde, kwam ik erachter dat ons Nieuw-Zeelandse Kiwitentje zijn beste tijd had gehad. De rest van de nachtelijke bui kon ik genieten van wat oude Chinese martelmethoden – het heerlijke gedruppel van regenwater op mijn hoofd.
Maar er gloorden grotere problemen aan de horizon. Sebas liet weten toch wel behoorlijk veel last van zijn been te hebben, en de vraag rees zelfs of het niet verstandiger was om het laatste stuk de trein te pakken. Maar onze trotse doorzetter liet van geen wijken weten, en dus was het zaak om dat laatste stuk van Comblain-au-Pont naar het vlakke Vlaanderen met zo min mogelijk klimmetjes beet te pakken. Vin en ik hebben flink wat gepuzzeld op Google Maps, maar uiteindelijk kwam het goed (zoals altijd). We konden via een prachtig fietspad langs de Ourthe naar Luik fietsen, en van daar zo door naar Maastricht. Daar konden we aansterken met een goede punt vlaai (want hee, when in Rome…) en afslaan richting België om aldaar het Albertkanaal te volgen.

Vincent:
We fietsten richting Zonhoven voor onze laatste Belgische camping. De voorspellingen van Buienradar gaven weinig goeds aan voor de volgende dag. dus werd het besluit genomen om er toch nog één rustdag aan te plakken. We hebben inderdaad menig stortbui uitgezeten in het camping café. Het eten daar viel tegen dus gingen we lopen naar de plaatselijke snackbar voor een patat stoofvlees. Heerlijk en veel, de ideale combinatie.
Nu dan echt naar de laatste camping in Chaam en als we jullie een tip mogen geven: ga nooit eten in de Chinees van Chaam “de Koral”. Wat een oplichters! De laatste dag was meteen de kortste waarbij wij via de Queen Jaqueline II Spijkenisse weer glorieus betraden. Meer dan 1000 km in 11 fietsdagen. Wat een prachtig, heet, nat, bizar, mooi, zweterig, lekker avontuur was het weer. We kunnen haast niet wachten op de volgende trip.

One response to “Rondje Ardennen”

  1. erik sagan says:

    heb nog aan jullie gedacht die dag, beste wind en regen en zw ook nog , jullie zouden toch beter moeten weten dan ZW fietsroute in nederland te fietsen whaaa

    ga graag een keertje mee als 6de wiel ad fuego wagen …..

    grtzzz Erik

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *