Fietsmeneren

Zoals Erik al had vermeld in zijn schrijven zijn wij de nodige vakantiefietsers tegengekomen. De een had het wat beter aangepakt dan de ander, en sommigen hadden blijkbaar helemaal niks aangepakt. En daar konden wij dan weer prima om lachen.

Hoeveel waar was van de verhalen van Papa Roach mag Joost weten, maar als fietser had hij zijn zaakjes goed op orde; klein handig tentje, compacte accessoires, respectabele fietsafstanden, met de kippen op stok en weer vroeg uit de veren (ja daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen maar dat doen we lekker niet). Ook Kurt de trikemeneer met zijn dochtertje had nagedacht voordat hij aan zijn reis begon. Ook al waren er wat extravagante onderdelen te ontdekken bij de spullen – ik noem een akoestische gitaar – en zal het allemaal wat trager gaan met vijf wielen, ook hij had zeker alles op een rijtje.
Er waren ook vreemdere eenden in de bijt.

Zo kwamen wij op de state park van Lompoc een fietser tegen die al minder duidelijke bedoelingen (en tanden) had. De beste man kwam van het zuiden (was het Texas?) en fietste maar een beetje rond. Nu ging hij naar het noorden. Prima, leuk, gezellig. Meneer was verder niet zo spraakzaam en ging vroeg slapen. Tuurlijk, meneer is vakantiefietser dus wij kunnen dat wel begrijpen. De volgende ochtend, toen wij ons nog een keer omdraaiden, fietste hij de camping af. U denkt nu; hij gaat noordwaarts en Erik en Remko gaan zuidwaarts, dus zij komen deze fietsmeneer niet meer tegen. Welnu.
Na ons ochtendritueeltje – bammetjes eten, tentje opruimen, tandjes poetsen, tasjes inpakken, naar de wc, bidonnekes vullen, even strekken, zonnebrandje smeren, nog een keertje strekken – stapten wij ruim een uur later op de pedalen en begonnen we aan ons eerste klimmetje richting Santa Barbara. En wie komen wij na twintig minuten (!) tegen? Jawel. Langs de kant van de weg, zijn fiets plus aanhanger parkerend in een inhammetje (wilde hij niet dat wij hem zagen?) en rood aangelopen. Met een goedbedoelde wuif en een brede glimlach fietsten wij hem voorbij en dachten hem nu ook echt nooit meer te zien.

Wij komen die avond aan in Carpinteria, net voorbij Santa Barbara, en daar komen wij de volgende fietsmeneer tegen. Dit keer betreft het een Fransman van over de zestig. Met zijn flink gebruinde kop vertelt hij doodleuk (in dat grappieke Franseuh accentjeuh) dat hij al twee jaar onderweg is; van de Europese Noordkaap naar Kaapstad gefietst, van daar gevlogen naar Buenos Aires, en van daar (via Vuurland, Zuid Chili) gefietst naar de VS. Damn. Ook hij had zijn shit goed voor elkaar: alles lichtgewicht, alleen dingen die hij écht nodig had, piepklein tentje, custom gebouwde fiets, dat werk. Ook hij had de nodige verhalen te vertellen bij het kampvuur, maar waren – het moet gezegd worden – een stuk minder gekleurd dan die van Papa Roach. Aannemelijker ook, dat dan weer wel.
Zo vertelde hij over Afrikaanse vrouwen die nog nooit een fiets hadden gezien, en al helemaal niet een blanke man op een fiets, dus alles wat ze droegen lieten vallen en zich probeerden te verstoppen in bosjes toen ze hem aan zagen komen. En over de Zuidafrikaanse vrachtwagenchauffeurs die er een sport van maakten om fietsers van de weg te duwen of ze de stuipen op het lijf te jagen door op het juiste moment hun motorrem te gebruiken, wat een enorm lawaai geeft. Leuke verhalen. Aardige man.

De volgende twee dagen bleven we op de camping. Het regende (daar gaan we weer) en we hadden nog dingen te doen zoals koffie drinken. Op de eerste dag – we hadden net de Fransman uitgezwaaid – kwam de volgende fietser alweer aan. Deze man (ook oud) had een boekje geschreven over fietsen langs de Californische westkust (met in het bijzonder Big Sur, waar wij dus nét niet waren geweest) en probeerde het in Carpinteria uit te laten geven. Aardige man. Beetje op zichzelf, maar hee, wat wil je.
Toen wij de volgende ochtend (na een lange nacht regen en plasjes in de voortent én de binnentent te hebben gehad) de tent uitkwamen bleek er een nieuwe fietser bij te zijn gekomen. Een of andere zwerver, anders kan ik hem niet noemen. Gare fiets, gare spullen, flesje drank naast zijn matras (-achtig iets) en een dijk van een aanhanger. Een volbloed idioot, zo bleek; haalde alles vrolijk gratis van het vuilnis, kreeg geld door middel van gewonnen weddenschappen (‘I bet for twenty bucks you can’t lift my biketrailer!’ Je moet er maar trots op zijn…) en stonk een uur in de wind. En hij kon zijn kop geen seconde dichthouden. Vinden we leuk, joh! Meneer fietste 20 km per dag (!) en had ook geen echte bestemming; hij fietste maar wat rond, en dan vooral in het gebied rond Santa Barbara. Hij wist dan wel weer overal ‘een mannetje’ te vinden. Zo’n type. Gelukkig was hij snel weer weg.
Welnu. Na twee dagen lekker op ons dooie gemakkie onze welverdiende rust gepakt te hebben kwamen wij nog één fietsmeneer tegen: de tandenloze Texaan.
Het feest was compleet.

We zullen ongetwijfeld nog vaker vakantiefietsers gaan tegenkomen. Zo speciaal zijn wij blijkbaar niet…

Maar! Toen kwam Los Angeles in zicht. Gelukkig zijn wij goed geïnformeerd door de andere fietsers. Hoewel… we werden eerder bang gemaakt: ‘Nee, je moet mínstens twee dagen reserveren om door die stad te rijden, liever drie!’, ‘Je mag blij zijn als je een gemiddelde van vijf mijl per uur haalt!’ en ‘Ga zo ver mogelijk buitenom, anders overleef je het niet!’ waren niet van de lucht. De boekjesmeneer had een mooie route voor ons uitgestippeld die ons langs Santa Monica Boulevard, Sunset Boulevard en Hollywood naar de noordelijke heuvels bracht. Aardig van hem, en ja het was een hele mooie route. Natuurlijk lag ons gemiddelde wel iets hoger dan 5 mi/u (zo’n 15 mi/u), maar wat had u anders van ons verwacht.
We hebben nu een paar dagen rust genomen (voor de mensen die het zich afvragen: ja, de camping heeft een jacuzzi). Eerst een dagje Fairplex. Dit terrein grenst aan de camping en wij zijn er zelfs door de campingeigenaar speciaal en exclusief heen gereden; het terrein bleek nogal groot te zijn. Elke september wordt hier de L.A. County Fair gehouden; een enorm festival met alles erop en eraan. Dragraces, paardenraces, autoshows, dieren, treinen, achtbanen… het schijnt niet op te kunnen. Alleen is het nu geen september, dus bijna alles was uitgestorven. Bijna alles, want er waren wel degelijk een paar hoogtepuntjes op dit kale terrein: een dragracemuseum en een aantal klassieke treinen, waaronder de Big Boy. Vooral van het laatste werd ik warm. De grootste stoomlocomotief ooit, en dit was het enige overgebleven functionele exemplaar ter wereld. Ik was gelukkig. Mensen die mij kennen weten dat ik hier een heel verhaal over zou kunnen schrijven, maar ik houd me in.
We hebben ons die dag prima vermaakt.

De dag erna was anders. Toen zijn we met de Metrolink (een trein die eigenlijk metro is, maar hier noemen ze bussen ook metro, dus fucked up enzo) naar de binnenstad van L.A. geweest. We hebben een wandelingetje gemaakt. Koffie gedronken, een oud vrouwtje met hoofdwond gekalmeerd, wat gegeten, wat foto’s gemaakt, en dat was het wel een beetje. Het was saai. Niks te doen, niks te vinden. En veel beton.
Erik heeft tevergeefs gezocht naar slippers. Jawel; nergens in de fucking binnenstad van Los Angeles kun je slippers vinden! (Tenminste, waar wij waren.) En wij gingen niet de straatjes in waar hoeren dansten op straat (true story) of wij ineens de enige blanken waren en daarvoor steeds meer werden aangekeken. We bleven op veilig terrein. We hadden wel een zaakje gevonden waar je complete autostoelen kon kopen, maar daar hadden wij weinig aan. Omdat er nergens een supermarkt te vinden was zijn we ook maar op tijd terug gegaan. Gelukkig hadden we binnen een kwartier een metrotrein (normaal gaan ze eens in de anderhalf uur!) dus een uur later konden we weer de jacuzzi in, vergezeld van een pint Ben & Jerry’s. Jammer dat de jacuzzi kapot bleek te zijn; het werd niet warm. En het regende.

Misschien is L.A. een hele leuke stad met van alles te doen, maar wij zagen het niet. Wij zijn blij als we de stad uit zijn en richting Joshua Tree National Park fietsen.
Eerst Disneyland, maar daarover later meer.

Groetjes,
Remko

3 Responses to “Fietsmeneren”

  1. Inge says:

    Elke fietser zijn eigen verhaal en ideeen bij wat ‘praktisch’ is voor op de fiets, een dijk van een aanhanger en vervolgens de bergen beklimmen lijkt me niet heel succesvol, daarom waarschijnlijk de rondjes van 20 km haha! Maar wel lachwekkend om te lezen! Ik mis wel een beetje beeldmateriaal hoor fietsmeneertjes! Dus als Erik zo klaar is om een nieuwe tv bij elkaar te gokken, zet hem dan even achter de laptop om wat foto’s te fixen!

    Veel plezier morgen in death valley!
    Dikke knuf voor jullie beide en voor mn liefie een kussie erbij! Mis jullie wel hoor!

  2. Ben en Ank says:

    Nou, jullie komen wel allerlei kleurrijke mensen tegen, ieder met een eigen verhaal. Nog even, Remko, dan kun je beter daar een boek over schrijven. By the way, lukt het nog met het schrijven op rusige avonden?
    Inmiddels Las Vegas bereikt, zag ik. Straks je fietstassen vol met gewonnen dollars?
    Nou, een goed vervolg op jullie reis en de knuffels van het thuisfront.

  3. sabec says:

    Carpinteria?! Is dat niet net voor Santa Barbara??

Leave a Reply