Beproevingen (deel 2)

Het echte werk is begonnen. Het gehobby met fietsen langs de kust is nu over, de makkelijke dagen zijn geteld. Team Ligfiets is begonnen aan de Grote Oversteek. En hoe!

Wat waren het toch zorgeloze tijden. Lekker uitrusten op een camping met alle voorzieningen, met een pint Ben & Jerry’s hangen in een jacuzzi, alle kleertjes schoon, voor $ 27 een autootje huren en heel de dag in Disneyland hangen… Heerlijk!
Nu was Disneyland ook wel een beetje een beproeving. Zelfs op een maandag was het retedruk en overal waren dus wachtrijen van minstens een half uur (en meestal een uur). Legioenen rolstoelers, moddervette mensen en combinaties daarvan blokkeerden menigmaal onze weg (u weet hoe leuk wij dat vinden). Meer dan een uur in de brandende zon wachten voor Big Thunder Mountain, Hollywood Hotel en Space Mountain. Mentaal op de proef gesteld worden in gondeltjes terwijl onophoudelijk ‘It’s a Small World After All’ gedraaid wordt… Ja mensen, zo makkelijk was het allemaal niet. Wel verdomde leuk! Vooral attracties als de Indiana Jones-tempel, Grizzly River en Star Tours deden het erg goed. Alles en iedereen was blij en vrolijk, en dat werkte natuurlijk wel een beetje aanstekelijk. Al met al een erg leuke ervaring.


Maar toen! Toen was het feest over. De mouwen werden opgestroopt; nadat we ‘s ochtends heimelijk onze laatste douche hadden genomen zijn we het binnenland in gereden.
Eerst richting Joshua Tree National Park. Vol goede moed reden we LA uit, en toen de eerste heuveltjes begonnen te komen beklommen wij deze braaf. Na de laatste bebouwing (die stad ging maar door!) begon zelfs een fikse afdaling waar we zonder te trappen een paar keer de 50 km/u aantikten. Dat kon niet lang goed gaan natuurlijk. Na een tijdje kregen we dan ook de rekening gepresenteerd; een klim van 800 meter met een 10% helling. Bam! Maar, ook deze beklommen wij braaf (en traag). Bovenaan de heuvel was een zaakje waar ze zeer goedkope pizzapunten verkochten (de special – een pizzapunt en een cola voor maar 2 dollar – had nóg een special; 2e pizzapunt gratis), dus wij waren weer gelukkig. En klaar voor de volgende klim die op ons lag te wachten. Deze ging een stuk beter, wat vooral kwam door de bodem die de pizzapuntjes gelegd hadden. Maar daarmee was de pret nog niet voorbij. Oh nee, het feest begon pas! Ieder bewapend met 5 liter extra water – Joshua Tree heeft op de campings geen stromend water – beklommen wij ook nog eens de laatste heuvel richting het park. Klimmen, klimmen, klimmen… Het ging maar door. Tegen negen uur ‘s avonds (!) en na een ruime 120 kilometer kwamen wij eindelijk aan op de camping – die vol bleek te zijn. Bekaf en met minder water over dan gehoopt zijn we gaan vragen of we nergens een plekje konden delen. Gelukkig wees een aantal mensen ons op een plekje waar de vorige eigenaar flink wat spullen (waaronder tientallen liters water) had laten staan. Beter! Tentje opgezet, whiskycolaatje gedronken met een lekker chippie erbij en daarna als een blok in slaap gevallen.

De volgende dag stond in het teken van rusten en flesjes vullen. Onze barmhartige voorganger had een fikse voorraad van allerlei spullen achtergelaten, maar vooralsnog bekommerden wij ons enkel om het water. Na een schitterende wandeling door het park konden wij ons bij terugkomst verheugen op een heerlijk plekje in de schaduw en een boekje. Totdat een boze meneer op ons afkwam. ‘Hey buddy! That’s my spot!’ Oh shit…
Wat bleek? Meneer was helemaal niet weggegaan, maar had een aanrijding met z’n auto waardoor hij de nacht noodgedwongen buiten het park moest doorbrengen. Waren wij even verkeerd geïnformeerd… Awkward moment! Om zijn pech nog even compleet te maken meldden wij ook nog in alle eerlijkheid dat we zijn watervoorraad aan het plunderen waren. Ik kan u zeggen; meneer was niet blij. (Water is meer waard dan goud in Joshua Tree, zo hoorden we.) We hebben hem maar zoveel mogelijk water teruggegeven en uiteindelijk mochten we ook nog op zijn plekje blijven staan. Toch aardig van hem.
Toen het die middag flink begon te waaien zagen wij ook nog het tentje van de andere buren voorbij rollen. Toen wij – voorbeeldige jongens als wij zijn – het tentje probeerden terug te rollen bleek de binnentent half gevuld te zijn met water! Iemand had dus een open jerrycan met water in de tent laten staan. Op zich geen probleem, alleen gebruik dan wel haringen om je tent vast te zetten (en niet twee stenen). Al goed, wij waren zo vrij om de spullen uit de tent te halen en alvast te drogen te hangen (stel dat ze met donker pas terug zouden komen en in een zeiknatte slaapzak moesten gaan liggen… brrr). Het tentje hebben we zolang het bleef waaien gezekerd met een paar van onze eigen haringen en een beetje onwennig zijn we teruggegaan naar onze eigen plek. We hadden geen idee hoe de buren zouden reageren; zouden ze blij zijn dat wij hun spullen te drogen hadden gehangen of zouden ze juist kwaad zijn omdat wij überhaupt aan hun spullen hebben gezeten? Spannend.
Toen we ‘s avonds met een paar andere kampeerders rond een kampvuurtje zaten kwamen ze terug. In het begin keken ze een beetje vreemd toen ze hun tent binnengingen (alles was intussen droog dus we hadden alles weer in de binnentent gelegd) en wij kwamen meteen tekst en uitleg geven. Gelukkig bleken het hele aardige mensen te zijn die ons bijzonder dankbaar waren voor onze actie. Kijk. Doen we weer goed.

Na deze rustdag kwam de volgende beproeving; de Mojavewoestijn. Deze woestijn heeft erg weinig bewoning – een paar bijna ghost towns, tientallen kilometers van elkaar verwijderd – en we vroegen ons af of we dit risico wel moesten nemen en niet eromheen zouden kunnen fietsen. Deze route bleek nóg desolater te zijn dus ja, we moesten eigenlijk wel. Met een beetje navragen bleek het dorpje Amboy niet helemaal tot Route 66 spookstad te zijn gereduceerd; er scheen nog een bemand tankstation te zijn. Wij erheen. Klimmetje van 700 meter, maar daar keken we niet meer van op. Wel van de afdaling; we kregen een grandioos panorama op de vallei voorgeschoteld en genietend daalden wij af naar Amboy. Dit plaatsje was in de hoogtijdagen van Route 66 een belangrijke stop, maar van deze glorie was weinig meer over. Enkel een tankstation (Roy’s – met een welkomstbord geheel in ouderwetse stijl) en een postkantoor. We hadden een goed gesprek met eigenaar Mike en hij was zo lief om ons een plekje toe te wijzen achter de parkeerplaats, in een halfvervallen schuurtje (‘bij de caravan van Jim, maar trek je niks van hem aan; hij is gek’). Gratis. Eén nadeel; we zaten vlakbij een drukke goederenspoorlijn. Heel de nacht getoeter en gedreun. Maar, voor zo’n prijs klagen wij natuurlijk niet :)

De dag erna gingen we weer verder. Even voor tien dollar water gekocht (als ‘bedankje’) en op naar Kelso. Hier begon de Klim.
Even recappen; onze hoogste klim was de Lindispas in Nieuw-Zeeland, een kleine kilometer hoog. Zoals u misschien nog weet reden wij daar zonder bagage (die lag in Thomas’ auto), maar hadden wij daar wel een flinke kluif aan. Dat was ons oude record.
Dit record is nu verbrijzeld. De Granite Pass is een goede 1200 meter boven zeeniveautje, en wij pakten deze beet, niet enkel met bagage, maar ook nog eens met vijf liter water extra per fiets. Ik kan u melden dat dit een behoorlijke beproeving was. Het klimmen begon vrijwel gelijk bij vertrek om 11 uur ‘s ochtends en wij waren pas na half 5 ‘s middags boven! Gelukkig was er nog een viaduct onderweg zodat wij konden schuilen tegen de brandende zon. Deze pauze gaf ons de kracht om naar de top te kunnen gaan. Na de top was het afdalen geblazen; in een half uur stonden we in Kelso, zo’n 600 meter lager. Tentje opgezet net buiten het dorp, snel gegeten, sterretjes gekeken en naar bed. Oh ja, ook hier was een goederenspoorlijn aanwezig. Tooeeeeeet!

Toch hadden we goed geslapen (vreemd, niet?) en fris en fruitig begonnen we aan onze volgende klim richting Cima, gelegen op 1300 meter boven zeeniveau. Maar, omdat we al 600 meter hoog zaten hoefden we ‘maar’ 700 meter te klimmen. En een spoorlijn naast de weg, dus steil was het niet. Ook hier werden we weer getrakteerd op machtige vergezichten en weidse panorama’s. De afdaling was vanwege het matige asfalt af en toe een uitdaging, maar niet onoverkomelijk voor de ondertussen uiterst ervaren ligfietsers.
Nog één klimmetje dan. Van de vallei naar de Interstate 15. Amerikaantjes bouwen het liefst dwars over bergen heen dus wij konden weer klimmen, en deze keer wél een steile klim. Eenmaal uitgeput bovenaan gekomen hadden we een uitzicht over de Primmvallei met aan het eind de ‘outletstad van Las Vegas’; Primm. Hier kwamen we dan ook vrijwel zonder te trappen.

Toen nog één laatste fietsdag. De laatste 60 km naar Las Vegas. Beetje klimmen, veel dalen, dus lekker snel en comfortabel (op twee lekke banden na) naar de beroemde gokstad.
Eenmaal binnengekomen bezetten we een rijbaan; om aan de rand te fietsen is hier niet echt een optie omdat je dan van de weg gedrukt wordt. Tijdens onze rit over de Strip kregen we veel bekijks en het voelde ook een beetje alsof we als beroemdheden onthaald werden. Auto’s gingen netjes voor ons opzij, gaven ons voorrang (ook al hadden we dat niet) en mensen juichten ons toe (true story).
Toen kwam nog een laatste beproeving; de camping. Omdat we geen auto hadden konden we daar in eerste instantie niet inchecken. Maar omdat Erik ‘s ochtends al had gebeld en de desbetreffende dame had overtuigd dat het kon, kon het na een belletje naar deze dame toch wel. We kregen een aftands plekje toegewezen vol met doornen en het toiletgebouw had geen deuren voor de wc’s maar douchegordijnen. Ik bedoel. (Hier konden we wél voor het eerst weer genieten van een douche! Na zes dagen ga je toch stinken…)
De volgende ochtend zijn we (na een bakkie te hebben gedronken met Ron, een aardige Vietnamveteraan) in alle stilte vertrokken. We hebben maar een kamer geboekt bij het casino Arizona Charlie’s. We zijn per slot van rekening toch maar in Vegas, nietwaar?
Hoe goed (of slecht) deze beslissing is geweest voor onze portemonnee leest u in ons volgende avontuur.

Groetjes,
Remko

10 responses to “Beproevingen (deel 2)”

  1. Ben en Ank says:

    Nou nou flinke beproevingen doorstaan. Water kostbaarder dan goud…tja dat kan in zulke droge streken. Maar, al met al toch wel positief, de reacties van de mensen.
    Las Vegas, ik hoop niet dat je erg pijn aan de portemonnee hebt gekregen. We lezen het wel. Fijne reis jongens en groetjes.

  2. Mariska says:

    Leuk verhaal weer!
    Ik moet wel eerlijk zeggen dat ik maar de helft gelezen heb. Echt veel te f… lang. Jammer genoeg heb ik te weinig tijd om alles te lezen :( Is het niet een optie om geweun vaker kortere stukjes te posten (zegt degene die toch communicatie als vak heeft en ervaring heeft met lange stukken die niet gelezen worden door medewerkers :p).

  3. Inge says:

    Dit zijn gewoon mooie uitdagingen heren, die heuveltjes krijgen jullie toch niet klein? Met daanaast mooi uitzicht in ‘t vooruitzicht en al warmlopende sportdrank in de tassen (want ook die zullen last hebben van de woestijnachtige temperaturen), zijn jullie natuurlijk enorm geenthousiasmeerd om gewoon te gaan! Had ook niet anders verwacht .. nog een paar van die hobbels en jullie zijn er aan gewend joh!

    De spanning zit er bij mij in: is het Erik gelukt de tv bij elkaar te winnen in vegas?! Dus doortypen, veredelde geitjes, ik wacht met smart op het nieuwe verhaal!

  4. sabec says:

    Heel leuk stuk, precies lang genoeg

  5. Wendy says:

    Leest lekker weg hoor!

  6. Hugo says:

    Goed om te lezen!
    Precies lang genoeg!
    Ben benieuwd naar jullie Vegas verhalen.

    Tof dat we een whats appie van jullie ontvingen!
    Gegroet Hugo & Anne

  7. Raaf en Jess says:

    Haay Remko,

    Wanneer ben je in Salt lake?
    Dan komen we ff een bakkie bij je doen :)

    Groetjes Raaf en Jess

  8. Martijn says:

    Leuk stuk!
    Mooie foto’s!
    Goed bezig!

  9. Ruud Snorremans says:

    Wat een verschrikkelijk lang stuk, komt geen einde aan. Foto’s zijn heel lelijk en stom.

  10. Tim says:

    Klinkt goed jongens.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *